dinsdag 23 april 2013

Het informeren van de welzijnsprofessionals

Door de inzet van Actieve Burgers is Welzijn straks overbodig
Tijdens mijn andere werk – naast procesmanagement geef ik trainingen, coaching en advies - ontmoet ik veel professionals met de overtuiging dat Actief Burgerschap, Welzijn overbodig zal gaan maken. In een training ‘Ondernemend Werken’ zei een Welzijnsprofessional laatst tegen mij:

‘De Overheid zet Actieve Burgers in binnen de Bewonersgestuurde Wijkontwikkeling (BGW) als goedkope Welzijnsvariant met de hoop dat de burger de wijk gaat ontwikkelen. Ze bezuinigen Welzijn weg en geven de opdracht als het ware aan de burger.’

Concurrentie
Deze uitspraak impliceert dat er een concurrentie strijd gaande is tussen Welzijn en Burgers. Laten we eens meegaan in deze gedachte.

“Concurrentie is een proces waarbij individuen elkaar in hun bestaan nadelig beïnvloeden als gevolg van een gemeenschappelijk beperkende factor. Daarbij zullen de individuen naar mogelijkheden zoeken om iemand die hetzelfde produceert, te ‘verslaan’.

De gemeenschappelijk beperkende factor is in dit geval geld. De Overheid en de Woningbouw moeten bezuinigen dus zoeken zij een goedkope manier om te werken aan sociale maatschappelijke en economische wijkontwikkeling. Actieve Burgers doen het gratis dus geeft de Overheid en de Woningbouw de opdracht aan de Burgers en zal Welzijn weg worden beconcurreerd.

Uit de mode!
Concurrentie raakt uit de mode. Gelukkig maar want concurrentie denken, zorgt ervoor dat onze aandacht wordt afgeleid van het daadwerkelijke inhoudelijke doel. Het doel is en blijft het werken aan een sterke sociale, maatschappelijke en economische ontwikkeling van een wijk. Maar al te vaak merk ik dat het doel verschuift naar ’het in stand houden van de eigen organisatie’.
Ik ben een ondernemer en ik snap dat je de doelen van je eigen onderneming goed scherp moet hebben en dat je daar gericht aan moet werken. Maar niet ten koste van het inhoudelijke doel van je opdracht, niet ten koste van een positieve wijkontwikkeling.

Een puzzel voor de volwassen mens
Het gaat zelfs een stap verder. Als we daadwerkelijk als gelijkwaardige partners om tafel gaan dan kan het werken aan de wijkontwikkeling en het belang van de eigen onderneming hand in hand gaan. Maar daarvoor moeten wel alle partners de kaarten open op tafel leggen. De volgende vragen zijn dan het uitgangspunt:
1. Wat is het inhoudelijke doel
2. Wat kan iedere partner bieden
3. Wat komt iedere partner halen
Vervolgens is het een uitdagende puzzel om samen te werken aan het zo efficiënt en effectief mogelijk inzetten van al het aanbod zodat het inhoudelijke doel wordt behaald en tegelijkertijd iedere partner zijn voordeel kan halen.

De functie van Welzijn.
Als we de definitie van ‘concurrentie’ nog eens onder de loep nemen zien we dat er twee partijen nodig zijn die hetzelfde produceren of hetzelfde aanbod hebben. Dat brengt ons bij het aanbod van Welzijn.
Welzijn ‘oude stijl’ hield zich bezig met het ophalen van de vraag in de wijk en het bedenken en organiseren van activiteiten voor de doelgroepen. Als Welzijn zich hier op blijft richten dan kunnen we inderdaad spreken over het gegeven dat Welzijn en de Burgers hetzelfde aanbod genereren. Want binnen het proces van de BGW zijn dat exact de taken die de Burgers zelf uit voeren.
Welzijn Nieuwe Stijl kent dit probleem echter niet. Binnen Welzijn Nieuwe Stijl is de Welzijnsprofessional de bewonerscoach. Een coach die door te luisteren, samen te vatten en door te vragen de bewoners kan ondersteunen bij:
- Het in kaart brengen van de problemen en kansen in de wijk
- Het bedenken van bewonersinitiatieven die door kansen te benutten problemen tegen gaan
- Het creëren van een sterke wijkcommunity en eventueel een wijkcoöperatie
- Het verzelfstandigen en/of het professionaliseren van bewonersinitiatieven

Nobelprijs voor het Welzijn
Naast het concurrentie denken zijn er ook veel Welzijnsprofessionals die het ideële doel hebben zichzelf overbodig te maken. Binnen de wijkontwikkeling zou dit betekenen dat er door de inzet van Actieve Burgers geen werk meer is voor Welzijn omdat elke wijk in Nederland sociaal, maatschappelijk en economisch goed scoort.
Als dit daadwerkelijk waarheid wordt dan moeten we de Nobelprijs voor het Welzijn in leven roepen voor alle mannen en vrouwen die zich Welzijnsprofessional mochten noemen en werkeloos op de bank komen te zitten. Maar hoe graag ik die prijs ook zou willen overhandigen, de werkelijkheid is weerbarstig.
De inzet van Actieve Burgers kan de wijkontwikkeling op een hoger niveau brengen. De samenwerking van alle partners kan voor een synergie effect zorgen. Maar problemen binnen de wijkontwikkeling verdwijnen nooit geheel en Welzijn blijft altijd nodig. Die Nobelprijs voor het Welzijn kan ik dus voorlopig niet uitreiken.

Directe voordelen voor Welzijn
Burgers zijn dus geen concurrenten van Welzijn en de BGW is geen gevaar. Beter nog; er valt binnen het proces van de BGW veel te halen voor Welzijn. Hier op rij:
- In algemene zin; werk en dus financiën
- De samenwerking met bewoners en daardoor:
   o Een bewonersnetwerk dat de vragen in de wijk opvangt
   o Meer menskracht – zowel in het denken als in het doen -
   o Een betere ingang om te werken aan de problemen achter de deur
- De samenwerking met Overheid en Woningbouw:
   o Geen subsidie schrijven n.a.v. beleid maar het samen ontwikkelen van beleid waardoor er direct een passende opdracht uit kan voortkomen voor Welzijn

Informeer
Welzijn dient dus goed op de hoogte te zijn van het gegeven dat:
- De angst voor concurrentie niet nodig is
- Wat de specifieke taken van Welzijn zijn binnen de BGW per fase in het WEI-model
- Er voordelen zijn aan het gelijkwaardig partnerschap met Burgers, Overheid en Woningbouw.

Zoals Charles Darwin al schreef:
“It is the long history of humankind (and animal kind, too) those who learned to collaborate and improvise most effectively have prevailed.”

dinsdag 2 april 2013

Het informeren van de overheid en woningbouw

Bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen
De overheid en de woningbouwcorporaties willen een:
- sterke sociale cohesie in de wijken
- goede leefbaarheid in de wijken
- sterke wijkeconomie
En dit willen ze het liefst gratis.

Ik spreek veel mensen die daar erg boos over zijn. Maar is dit werkelijk zo erg?

Stel jij wil een nieuwe fiets hebben. Je gaat naar de winkel en je krijgt twee keuzen. Je mag de fiets hebben voor €1.000,00 of je mag de fiets gratis mee nemen. Welke keuze maak jij dan?
Het antwoord is zeer waarschijnlijk dat je maar al te graag de fiets gratis mee naar huis neemt.

Met de instelling dat je zaken zo goedkoop mogelijk wil regelen is dus in de basis niks mis.
Het wordt pas een probleem als het ten koste gaat van de kwaliteit en de (sociale) duurzaamheid.
Want als jouw nieuwe fiets het na een week begeeft is dat toch wel erg vervelend. Jij kan dan niet meer fietsen, er moeten weer onderdelen gemaakt worden en jij blijft elke keer betalen voor de reparaties. Met andere woorden; het is niet goed voor jouw als mens, voor het milieu en ook niet voor je portemonnee. Toch denken veel mensen dan….. ach het is maar een fiets.

Binnen de bewonergestuurde wijkontwikkeling (BGW) praten we over een woonwijk. De dagelijkse leefomgeving van je kinderen, je opa, je moeder of van jezelf. De kapotte fiets is nu jouw wijk die verloedert en niet meer leefbaar is.

Staan bezuinigingen gelijk aan kwaliteitsverlies en minder (sociale) duurzaamheid?
De overheid en de woningbouwcorporaties moeten bezuinigen. De vraag is hoe ze dat moeten doen.
Maar al te vaak worden de bezuinigingen door diverse partijen te simplistisch benaderd. De denkwijze is dan als volgt:

‘ We hebben een aantal programma's ingezet om de sociale maatschappelijke en economische doelen in de wijk te behalen. We hebben minder geld voor de wijkontwikkeling. We moeten dus programma’s weg bezuinigen. Daarom maken we een keuze over welke programma’s het minst belangrijk zijn voor de wijk en deze worden dus gestopt.’

In deze denkwijze wordt er alleen maar geredeneerd vanuit de bezuiniging, de beperking die geld ons oplegt. Het totaal aan programma's zal dan vaak onvoldoende zijn en de sociale maatschappelijke en economische doelen kunnen dan niet meer worden gehaald. Dit leidt inderdaad vaak tot kwaliteitsverlies en minder (sociale) duurzaamheid.

180 graden draaien
Ik ben van mening dat we een '180 graden draai' moeten maken in ons denken. Het uitgangspunt moet altijd de inhoudelijke doelstelling zijn. De context (onder andere de financiële situatie) waarin het inhoudelijke doel behaalt moet worden is een gegeven. De denkwijze is dan als volgt:

‘Het doel is een sterke sociale cohesie, goede leefbaarheid en een sterke wijkeconomie. We hebben burgers, we hebben bedrijven en organisaties, we hebben gebouwen, we hebben buitenruimten, we hebben middelen, we hebben financiën et cetera. Hoe gaan we als gelijkwaardig partners deze ‘krachten’ zo inzetten dat we het sociale maatschappelijke en economische doel voor de wijk kunnen behalen’

In deze denkwijze is het uitgangspunt het behalen van het doel met de aanwezige 'krachten' waarbij alle mogelijkheden worden afgetast. Dit werkt het beste door de inzet van een integrale aanpak waarbij alle belanghebbenden samen om tafel zitten en door de inzet van eigen capaciteit, samen een beleid ontwikkelen en uitvoeren. Door op deze wijze te werken kan bezuinigen en het leveren van kwaliteit en (sociale) duurzaamheid hand in hand gaan.

Het belang van de overheid en de woningbouwcorporaties bij de BGW
De burger geeft de overheid de opdracht te werken aan sterke wijken. De woningbouwcorporaties hebben direct belang bij sterke wijken aangezien de waarden van het vastgoed dan stijgt. Met andere woorden is het in het belang van deze twee partijen dat wijken versterken of sterke wijken blijven.
De BGW is een kans om op een gedegen manier samen te werken aan een sterke sociale cohesie, goede leefbaarheid en een sterke wijkeconomie.
Hiernaast biedt de BGW de overheid en de woningbouwcorporaties de kans om te bezuinigingen. Het is echter geen snelle bezuinigingstruc maar een gedegen totaal programma. De investering die er wordt gedaan, betaald zich terug.

Informeer
De overheid en de woningbouwcorporaties dienen dus goed op de hoogte te zijn van:
- De kansen op het gebied van sociale maatschappelijke en economische wijkontwikkeling
- De bezuinigingsmogelijkheden
- Het proces (WEI-model)
- Het gelijkwaardig partnerschap met burger(organisaties)
- De mentaliteitsverandering - 180 graden draaien

De overheid en de woningbouwcoporaties hebben belang bij de BGW en er liggen kansen klaar. Maar ik besef me dat dit ook betekent dat de overheid en de woningbouwcorporaties zich verder moeten ontwikkelen. Er moet een beweging op gang komen die de mentaliteitsverandering en het gelijkwaardig partnerschap met burger (organisaties) stimuleert.

Want tja, het leven lijkt op fietsen. Om je evenwicht te bewaren, moet je nou eenmaal blijven bewegen. - Albert Einstein -

donderdag 21 maart 2013

Vraag en antwoord

Jan op de Weegh, strategisch adviseur sector Handhaving en Veiligheid bij Stadsdeel Amsterdam Oost schrijft:

Vind het interessant om af en toe jouw blog te lezen, ook al is dit niet mijn werkterrein. Wil ze dus blijven lezen. Ook al wordt er veel met burgerparticipatie geëxperimenteerd en zijn er vele proeftuinen, wat mij opvalt is, dat er altijd begonnen wordt met participatie onder regie van de overheid. Waar ik nog erg weinig over lees is de vraag of die overheid niet te veel op de stoel van de bruggenbouwer gaat zitten. Heeft de overheid wel altijd die rol? Het is heel vriendelijk om iedereen met een probleem te helpen en velen zijn daarbij gebaat, maar waarom moet de overheid, die maar een onderdeeltje is van de samenleving, zich telkens zo belangrijk maken en de regie willen nemen? Komt dat nog in een volgende blog terug? Mijn handicap is misschien dat ik ben afgestudeerd op kerntakendiscussies van de overheid.

Groet,
Jan op de Weegh.


Wie is de regisseur?
De Bewonersgestuurde Wijkontwikkeling (BGW) is gestoeld op gelijkwaardig partnerschap. Dit impliceert dat er niet één partij de regie moet nemen. In de ideale situatie gaan de burgers, de overheid, de woningbouw, de welzijnsprofessionals en bedrijven vanaf de eerste stap in het proces hand in hand. Maar iedereen kan begrijpen dat er iemand moet zijn die de allereerste stap zet..... anders komt er geen beweging. Deze eerste stap moet een stap zijn waar één van de partners naar de andere partners de intentie uitspreekt om samen te kijken naar de mogelijkheden van de BGW. Deze taak kan door elk van de partners worden uitgevoerd.

Wie is de bruggenbouwer?
De bruggenbouwer is een onafhankelijk procesmanager. Een procesmanager die door kennis en ervaring een idee heeft hoe te werken aan aan de verbetering van de specifieke situatie. Gezien de BGW heeft de onafhankelijk procesmanager een idee hoe te werken aan de verbetering van de sociale cohesie, leefbaarheid en de wijkeconomie. De procesmanager wordt in de meest ideale situatie aangetrokken door alle samenwerkende partijen en komt via deze partijen in dienst van de BGW.

De realiteit
De dagelijkse realiteit is anders. Ik schets het ideaal beeld met het besef dat de BGW werk in uitvoering is.

vrijdag 15 maart 2013

De informatiefase

Hoe activeer je burgers, organisaties en bedrijven?
De aftrap is geweest. In Plan van Gool zijn we van start met de bewonersgestuurde wijkontwikkeling (BGW) volgens het WEI-model. De eerste fase, de informatiefase is in volle gang. En het eerste wat mij opvalt is dat ik steeds weer dezelfde vraag krijg:

'Hoe activeer jij burgers, organisaties, bedrijven om mee te werken aan het proces van de BGW?'

Informeren en niet activeren
Informeren betekent het overbrengen van feiten. Activeren betekent volgen de encyclo:

1) Aanmoedigen 2) Aansporen 3) Aanvuren 4) Aanwakkeren 5) Bezielen 6) Bespoedigen 7) In werking stellen 8) Mobiliseren 9) Opleven 10) Oppeppen 11) Opstarten 12) Opwekken 13) Reanimeren 14) Stimuleren 15) Verlevendigen 16) Werkzaam maken.

Ik spreek bewust van een informatiefase. Ik ben van mening dat de BGW een kans is voor velen om het eigen belang te behartigen. Dit geldt zowel voor burgers, overheid, woningbouw, welzijn als ook voor bedrijven. Als alle partijen goed zijn geïnformeerd over de waarden die de BGW voor hen kan hebben dan is het niet meer dan een logische vervolgstap voor bepaalde partijen om werkzaam te worden binnen de BGW.
Tijdens de informatiefase informeer je alle partijen over:
        1. Het proces en de procesfasen (het WEI-model)
        2. De waarden die de BGW specifiek kan hebben voor de desbetreffende partij.
Daarnaast laat je, je informeren door de partijen met wie je om tafel zit zodat je de context waarin het proces zich afspeelt steeds beter leert begrijpen en direct van invloed laat zijn op het proces.
Het informeren kan leiden tot activering. Maar activering is geen doel ansich. Een kleine nuance maar van essentieel belang.

Het nuance verschil
Vier mannen zijn op weg. Ieder met een eigen verhaal en een eigen bestemming. Op een dag komen zij aan bij een grote rivier en kunnen niet verder. Twee mannen vinden de plek prachtig en zien het als de eindbestemming. De andere twee blijven over het water turen en verlangen naar het vervolgen van hun pad.

Op een dag verschijnt er een bruggenbouwer. De bruggenbouwer aanschouwt de mannen. Hij ziet dat er twee over het water blijven turen en geen thuis maken. Hij ziet de ander een boerderij opzetten maar hij begrijpt niet wie de groenten moet kopen. De andere man ziet hij nauwelijks. De bruggenbouwer wil de mannen helpen. Hij is een bruggenbouwer en dat is dus ook wat hij kan bieden. De bruggenbouwer wil voor de mannen een brug maken naar de overkant van de rivier, naar de grote stad die daar ligt. De brug brengt volgens de bruggenbouwer kansen. De mannen kunnen de reis voortzetten, nieuwe vrienden maken en er is een nieuwe afzetmarkt voor de boerderij. Vol trots vertelt hij aan de vier mannen dat hij een brug kan bouwen die de mannen binnen vijf minuten veilig aan de overkant brengt.


De eerste man die zijn huis net af heeft, is niet blij met een brug en is erg boos.
De tweede man met de boerderij, vindt de brug niet interessant.
De derde man, die zijn reis graag wilde voortzetten kan zijn geluk niet op.
De vierde man, die ook graag verder wil reizen, lijkt amper te reageren.

De bruggenbouwer vraagt zich af waarom niet alle vier mannen staan te springen voor de nieuwe brug. De eerste man vertelt dat hij zijn bestemming had bereikt. Een plek ver van de drukke wereld. Door de brug komt de drukte terug. De tweede man vertelt dat hij een boerderij wil beginnen. Hij heeft simpelweg nog niet nagedacht over de na- en voordelen van een brug. De bruggenbouwer informeert de man over de markt in de stad aan de andere kant van de brug. De man ziet kansen en wil de brug gaan gebruiken om zijn groenten naar de mensen te brengen.
De derde man is zo blij dat hij de bruggenbouwer aanbiedt te helpen met bouwen.
De vierde man vertelt dat hij nu samen met zijn zoon leeft. Hij komt van ver en is zijn vrouw en dochter verloren bij de oversteek over de vorige rivier. De brug stortte in. De bruggenbouwer vertelt de man over de kwaliteit van de brug maar de man durft niet.

Het doel van de bruggenbouwer was niet het activeren van de vier mannen om direct gebruik te maken van de brug. De bruggenbouwer wilde de mannen helpen op sociaal, maatschappelijk en economisch gebied. Hij heeft dit als bruggenbouwer vaker gedaan en vanuit zijn kennis en ervaring heeft hij een idee opgevat. Doordat de bruggenbouwer de mannen eerst informeert blijkt het idee niet geheel te passen. De mannen en de bruggenbouwer passen het idee samen aan, maken samen een plan en voeren dat plan samen uit. Door deze wijze van werken, wordt het doel daadwerkelijk behaald.

Een jaar later is er een prachtige en stevige brug maar de brug is gebouwd op tien kilometer afstand van het huis van de eerste man en de boerderij van de tweede. De derde man heeft meegebouwd aan de brug en reist verder met de bruggenbouwer om bruggen te bouwen. De vierde man heeft ondersteuning van de eerste twee mannen om over zijn angsten heen te komen.


De BGW als brug
De BGW is de brug over het water die ik kan bieden. Ik kan geen nieuwe huizen bouwen, geen zieke mensen beter maken en geen miljoen euro uit mijn mouw toveren.... ik kan de burgers wel ondersteuning aanbieden om de eigen wijk en de eigen leefsituatie te verbeteren door burgerinitiatieven en buurtbedrijven op te zetten die de problemen in de wijk aanpakken en als er behoefte aan is kan het resulteren in een wijkcoorperatie. Mijn doel is geenszins om de burgers te activeren om direct de brug/ de BGW te omarmen en er zonder morren gebruik van te maken. Mijn doel is om met, door en voor burgers vanuit de intrinsieke motivatie te werken aan een verbetering van de sociale, maatschappelijke en economische situatie van de wijk. Door de burgers over de BGW te informeren, komen we erachter of daar wel behoefte aan is en of de BGW als idee passend is of dat het met, door en voor de burgers aangepast moet worden.

Informeer alle partijen
Indien de burgers het proces van de BGW willen laten slagen dan hebben zij hierbij samenwerkingspartners nodig. Overheid, woningbouw, welzijn en bedrijven zijn allen nodig als gelijkwaardige samenwerkingspartners. Al deze partijen moeten dus ook worden geinformeerd. Voor elke partij is er unieke informatie. Elke partij kent namelijk zijn eigen belang en zoekt naar andere waarden. Daarnaast heeft elke partij interessante informatie voor de procesmanager. Informatie waardoor je het proces kan vormen naar de unieke context.


Maar wie geef je welke informatie?
Volgende blogs:
- Het informeren van de overheid en woningbouw
- Het informeren van de welzijnsprofessionals
- Het informeren van de burgers
- Het informeren van de bedrijven/ ondernemers

donderdag 21 februari 2013

De werking van het WEI-model

Eenvoud
Vandaag geen gelaagdheid, vandaag geen theorie, vandaag de praktijk van het WEI-model. De basis is simpel, voor iedereen te begrijpen en dat is wel zo prettig aangezien het proces in zijn geheel juist als uitermate complex wordt ervaren. Het WEI-model is de simpele basis op momenten dat we door de complexiteit het proces niet meer kunnen zien.

“Simple can be harder than complex: You have to work hard to get your thinking clean to make it simple. But it’s worth it in the end because once you get there, you can move mountains.”
Steve Jobs

De BURGER centraal
Binnen de Bewonersgestuurde Wijkontwikkeling (BGW) hebben we het over een veranderingsproces, een geheel van activiteiten, waarmee een verandering in de wijk in gang wordt gezet door, voor en met burgers.
- De burgers bepalen het beleid
- De burgers bepalen het uitvoeringsprogramma
- De burgers voeren het programma uit
Meer concreet wordt er binnen de BGW stap voor stap door, voor en met burgers toegewerkt naar een wijkcoörporatie. Een wijkcoörporatie die werkt aan een sterke wijkeconomie en tegelijkertijd de sociale cohesie versterkt en de leefbaarheid verbetert. Hierbij is de burger:
- De product
- De consument
- De distributeur
In het WEI-model wordt de burger centraal gesteld maar wordt het tegelijkertijd voor alle samenwerkingspartners – overheid (diverse diensten), woningbouw, welzijn en bedrijven - duidelijk wat er te winnen valt. Ik geloof Evelien Tonkens direct als ze zegt dat Nederland een altruïstisch overschot heeft en dat maakt mij als mens heel gelukkig. Ook deze blog schrijf ik vrijwillig om open source kennis en ervaring te delen. Maar ik ben ook niet vies van eigen belang. Want als je kunt benoemen wat je waard bent en je weet wie daar belang bij heeft, kan dat resulteren in een constructieve deal. Een deal die niet hoeft te betekenen dat je niet behulpzaam bent naar de ander.

Procesfasen van het WEI-model
Het WEI-model kent vier fasen. In Plan van Gool zitten we in de eerste fase, de informatiefase en begint het nieuws over de kansen die de BGW meebrengt langzaam de huiskamers binnen te komen. Er zijn sceptici onder de burgers die we spreken maar ook zijn er burgers die niet kunnen wachten en vol zitten met interessante plannen.

In de informatiefase worden burgers geïnformeerd over de kansen die de BGW in zich draagt. De kansen voor de wijk maar zeker ook de kansen voor de burger als individu en de community in zijn geheel. Want kansen te over. De kans om een probleem in de eigen wijk op te lossen, de kans om trainingen en coaching te krijgen, de kans om een eigen bedrijfje op te zetten, de kans om geld te verdienen, de kans om nieuwe vrienden te maken et cetera. Na de eerste fase moet er een groep burgers zijn die vanuit intrinsieke motivatie wil participeren in het proces.

De tweede fase is de ontstaansfase waarin door, voor en met burgers wordt gewerkt aan het ontwikkelen van burgerinitiatieven die problemen in de wijk kunnen aanpakken. Problemen zoals armoede, sociaal isolement maar ook het missen van een plek om samen te komen of de armoedige aanblik van de speeltuin. Er wordt gewerkt aan burgerinitiatieven die de potentie hebben om uit te groeien tot zelfstandige burgerinitiatieven of professionele buurtbedrijven die niet alleen nu maar ook in de toekomst aan zet blijven in hun wijk. Daarnaast wordt er in de tweede fase gewerkt aan community vorming zodat de burgerinitiatieven goed ingebed raken in de wijk. In de tweede fase spreken we van burgerparticipatie.

De derde fase is de ontwikkelfase waarbij de burgerinitiatieven als community werken aan zelforganisatie via de methode Action Learning. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat zelforganisatie een proces is waarbij in een chaotisch systeem structuren ontstaan door het toevoegen van een kracht. Met andere woorden gaan de burgers actief aan de slag met de eigen burgerinitiatieven waarbij er momenten van reflectie zijn georganiseerd en er kennis en vaardigheden worden toegevoegd door training en coaching. Praktisch gezien werken de burgers in deze fase het idee van burgerinitiatief uit tot een zelfstandig werkende organisatie. Dit kan een zelfstandig burgerinitiatief zijn maar ook een professioneel buurtbedrijf.

De vierde fase is de autonome fase waarin de burgerinitiatieven en buurtbedrijven samen werken binnen een wijkcoörporatie. In de ideale situatie, zonder ondersteuning.

De doelen van het WEI-model
Het WEI-model kent drie doelen:
1. Het geeft een overzicht van het proces zodat je als procesmanager het proces beter kan inrichten. Het geeft de procesmanager antwoorden op de vragen:’Hoe richt je de procesomgeving in, welke methoden gebruik je en wat is je exacte rol als procesmanager?’
2.Het maakt bewust van de verschillende organisatievormen binnen het proces en de specifieke kenmerken van de organisatievormen.
3.Het geeft inzicht in de samenwerkingsmogelijkheden tussen burgerorganisaties onderling. Maar zeker ook de samenwerking tussen burgerorganisaties en de overheid, de woningbouw, welzijn en bedrijven.

De totale Context
In de BGW en ook in het WEI-model staat de burger centraal maar het gehele proces is ingebed in de context van de wijk. Door het WEI-model wordt er inzichtelijk gemaakt welke partij wanneer op welke manier kan samenwerken met de burgerorganisaties met als doel dat er een win-win situatie ontstaat voor beide partijen doordat waarden en belangen samen komen. Het wordt dus duidelijk wat een ieder kan winnen!

Elke fase doorlopen
Nu is het tijd voor het inkleuren van het WEI-model. De komende blogs zal ik de fasen uitwerken. Ik zal mijn visie geven maar ook concrete handvatten bieden en de praktijk in Plan van Gool schetsen. Daarnaast zal ik elke samenwerkingspartner uitdagen om buiten de kaders te denken en de winst te zien van de BGW.

WEI-model in beeld

maandag 4 februari 2013

Het WEI-model

Het WEI-model
“Procesmanagement is het inrichten en beheersen van processen om doelstellingen te realiseren.”

Binnen de Bewonersgestuurde Wijkontwikkeling (BGW) hebben we het over een veranderingsproces, een geheel van activiteiten, waarmee een verandering in de wijk in gang wordt gezet. Als procesmanager BGW werk ik met het WEI-model, wat staat voor Wij(k) Economisch Instroom model. Binnen het WEI-Model werk ik in duidelijk te onderscheiden procesfasen waarin burgers stap voor stap toewerken naar een wijkcoörporatie. Een wijkcoörporatie die werkt aan een sterke wijkeconomie en tegelijkertijd de sociale cohesie versterkt en de leefbaarheid verbetert. Hierin werken de burgers samen met de overheid, de woningbouw, het bedrijfsleven en de welzijn professionals. (Het WEI-model is hier te downloaden.)

Werkt de BGW wel bottom up?
De BGW wordt gefinancierd door de overheid en ik als procesmanager werk met een procesmodel. Deze twee gegevens maken bij veel burgers de terechte vragen los:

Is het WEI-model niet een top down bedacht pad dat uitgezet wordt voor de burgers?
Is het proces van de BGW geen bezuinigingstruc van de overheid waarbij de overheid de ‘kracht van burgers’ wil gebruiken voor taken die bij de overheid moeten liggen?


Ere wie ere toekomt
Er is al een geruime tijd een beweging gaande. Een beweging die is begonnen bij burgers. Burgers die duurzame oplossingen zoeken voor problemen in het sociaal en economisch domein. Deze beweging kent vele vormen en namen. Noem de blauwe economie, de lokale ruileconomie en de wij-economie. Wat de verschillende vormen binnen de grotere beweging met elkaar verbindt is dat zij allen van onderop ontstaan. De beweging ontstaat omdat burgers zien dat er een verandering nodig is aangezien ons huidige systeem niet langer houdbaar is. Deze burgers gaan simpelweg actief aan de slag om deze verandering te bewerkstelligen. Zij gaan bottom up te werk vanuit de eigen kennis en ervaring, vanuit de eigen kracht. En deze burgers laten zich niet belemmeren door hiërarchische structuren, regelgeving, lange procedures en onpersoonlijke relaties. Met andere woorden de burgers die de beweging vormgeven laten zich niet tegenhouden door de bureaucratie. Hierdoor groeit de beweging razendsnel!

Veel van deze burgers hebben banen. Banen bij grote organisaties en bedrijven. En deze burgers integreren het gedachtegoed in hun werk. Zij doen dit omdat zij zien dat de beweging positieve outcome genereert voor de mens, voor de aarde maar ook voor de winst van de eigen organisatie.

Hoe snel de beweging onder de burgers gaat des te trager gaat het binnen de organisaties en de bedrijven. Deze worden jammer genoeg wel constant beïnvloed door de bureaucratie. Nu staan we gelukkig op het punt dat er op elk niveau bij de overheid, de woningbouw, de welzijnspartijen en ook het bedrijfsleven, burgers werkzaam zijn die de voordelen van de beweging zien. Zijn zijn zoekende hoe zij met de organisatie waarbinnen zij werkzaam zijn, een actief onderdeel kunnen worden van (het succes van) de beweging. Door te investeren in de BGW en een gelijkwaardige samenwerking te zoeken met actieve burgers binnen de wijkontwikkeling maken zij een belangrijke stap.

Dit zegt niet dat de overheid de BGW heeft bedacht en nu top down wil implementeren. Ja, zeker kan de BGW zorgen voor financiële bezuinigingen. Maar nee, de gedachte achter de BGW is niet ontstaan bij de overheid. De gedachte achter de BGW is ontstaan bij de burgers, de overheid heeft het opgepikt en zij hebben het beestje een naam gegeven. Nu is het aan alle partijen om samen te werken aan een win-win situatie. Dus bij deze: ere aan de burgers die door denken en handelen de beweging adem hebben in geblazen, ere wie ere toekomt.

WEI-model made by…
Laten we het procesmodel nader bezien. Er zijn velen wegen die naar Rome leiden. De weg die ik heb ontwikkeld, heet het WEI-model. De modellen en methoden die ik ontwikkel, ontstaan door observatie van mijn directe werkomgeving. De modellen en de methoden die hieruit voortkomen, neem ik samen met burgers onder de loep. We analyseren om vervolgens de modellen en methoden opnieuw in de praktijk te toetsten. Het WEI-model is hier een voorbeeld van en daardoor mede door, voor en met burgers ontwikkeld. Het WEI-model staat daarbij in dienst van de burgers die de eigen wijk in ontwikkeling willen brengen. Het WEI-model dient als een leidraad en ontwikkelt zich n.a.v. de context.

Het gevaar van de BGW en het WEI-model
Veel mensen zijn gewend top down te reguleren. Dit doen we al zo lang, dat we het doen zonder dat we het door hebben. Het gevaar van deze geconditioneerde handeling is dat we vergeten dat we bezig zijn met een natuurlijk proces. Een proces waarin burgers bottom up de richting bepalen. De eerste en meest essentiële stap in het WEI-model is daarom het informeren van een grote groep burgers over de kansen die BGW biedt. Zijn er geen burgers die vanuit intrinsieke motivatie het proces van de BGW in willen gaan dan stopt simpelweg de BGW.


Volgende blog? Hoe werkt het WEI-model en hoe creëer je een veilige leeromgeving voor alle partijen die samen het proces ingaan.