donderdag 21 maart 2013

Vraag en antwoord

Jan op de Weegh, strategisch adviseur sector Handhaving en Veiligheid bij Stadsdeel Amsterdam Oost schrijft:

Vind het interessant om af en toe jouw blog te lezen, ook al is dit niet mijn werkterrein. Wil ze dus blijven lezen. Ook al wordt er veel met burgerparticipatie geëxperimenteerd en zijn er vele proeftuinen, wat mij opvalt is, dat er altijd begonnen wordt met participatie onder regie van de overheid. Waar ik nog erg weinig over lees is de vraag of die overheid niet te veel op de stoel van de bruggenbouwer gaat zitten. Heeft de overheid wel altijd die rol? Het is heel vriendelijk om iedereen met een probleem te helpen en velen zijn daarbij gebaat, maar waarom moet de overheid, die maar een onderdeeltje is van de samenleving, zich telkens zo belangrijk maken en de regie willen nemen? Komt dat nog in een volgende blog terug? Mijn handicap is misschien dat ik ben afgestudeerd op kerntakendiscussies van de overheid.

Groet,
Jan op de Weegh.


Wie is de regisseur?
De Bewonersgestuurde Wijkontwikkeling (BGW) is gestoeld op gelijkwaardig partnerschap. Dit impliceert dat er niet één partij de regie moet nemen. In de ideale situatie gaan de burgers, de overheid, de woningbouw, de welzijnsprofessionals en bedrijven vanaf de eerste stap in het proces hand in hand. Maar iedereen kan begrijpen dat er iemand moet zijn die de allereerste stap zet..... anders komt er geen beweging. Deze eerste stap moet een stap zijn waar één van de partners naar de andere partners de intentie uitspreekt om samen te kijken naar de mogelijkheden van de BGW. Deze taak kan door elk van de partners worden uitgevoerd.

Wie is de bruggenbouwer?
De bruggenbouwer is een onafhankelijk procesmanager. Een procesmanager die door kennis en ervaring een idee heeft hoe te werken aan aan de verbetering van de specifieke situatie. Gezien de BGW heeft de onafhankelijk procesmanager een idee hoe te werken aan de verbetering van de sociale cohesie, leefbaarheid en de wijkeconomie. De procesmanager wordt in de meest ideale situatie aangetrokken door alle samenwerkende partijen en komt via deze partijen in dienst van de BGW.

De realiteit
De dagelijkse realiteit is anders. Ik schets het ideaal beeld met het besef dat de BGW werk in uitvoering is.

vrijdag 15 maart 2013

De informatiefase

Hoe activeer je burgers, organisaties en bedrijven?
De aftrap is geweest. In Plan van Gool zijn we van start met de bewonersgestuurde wijkontwikkeling (BGW) volgens het WEI-model. De eerste fase, de informatiefase is in volle gang. En het eerste wat mij opvalt is dat ik steeds weer dezelfde vraag krijg:

'Hoe activeer jij burgers, organisaties, bedrijven om mee te werken aan het proces van de BGW?'

Informeren en niet activeren
Informeren betekent het overbrengen van feiten. Activeren betekent volgen de encyclo:

1) Aanmoedigen 2) Aansporen 3) Aanvuren 4) Aanwakkeren 5) Bezielen 6) Bespoedigen 7) In werking stellen 8) Mobiliseren 9) Opleven 10) Oppeppen 11) Opstarten 12) Opwekken 13) Reanimeren 14) Stimuleren 15) Verlevendigen 16) Werkzaam maken.

Ik spreek bewust van een informatiefase. Ik ben van mening dat de BGW een kans is voor velen om het eigen belang te behartigen. Dit geldt zowel voor burgers, overheid, woningbouw, welzijn als ook voor bedrijven. Als alle partijen goed zijn geïnformeerd over de waarden die de BGW voor hen kan hebben dan is het niet meer dan een logische vervolgstap voor bepaalde partijen om werkzaam te worden binnen de BGW.
Tijdens de informatiefase informeer je alle partijen over:
        1. Het proces en de procesfasen (het WEI-model)
        2. De waarden die de BGW specifiek kan hebben voor de desbetreffende partij.
Daarnaast laat je, je informeren door de partijen met wie je om tafel zit zodat je de context waarin het proces zich afspeelt steeds beter leert begrijpen en direct van invloed laat zijn op het proces.
Het informeren kan leiden tot activering. Maar activering is geen doel ansich. Een kleine nuance maar van essentieel belang.

Het nuance verschil
Vier mannen zijn op weg. Ieder met een eigen verhaal en een eigen bestemming. Op een dag komen zij aan bij een grote rivier en kunnen niet verder. Twee mannen vinden de plek prachtig en zien het als de eindbestemming. De andere twee blijven over het water turen en verlangen naar het vervolgen van hun pad.

Op een dag verschijnt er een bruggenbouwer. De bruggenbouwer aanschouwt de mannen. Hij ziet dat er twee over het water blijven turen en geen thuis maken. Hij ziet de ander een boerderij opzetten maar hij begrijpt niet wie de groenten moet kopen. De andere man ziet hij nauwelijks. De bruggenbouwer wil de mannen helpen. Hij is een bruggenbouwer en dat is dus ook wat hij kan bieden. De bruggenbouwer wil voor de mannen een brug maken naar de overkant van de rivier, naar de grote stad die daar ligt. De brug brengt volgens de bruggenbouwer kansen. De mannen kunnen de reis voortzetten, nieuwe vrienden maken en er is een nieuwe afzetmarkt voor de boerderij. Vol trots vertelt hij aan de vier mannen dat hij een brug kan bouwen die de mannen binnen vijf minuten veilig aan de overkant brengt.


De eerste man die zijn huis net af heeft, is niet blij met een brug en is erg boos.
De tweede man met de boerderij, vindt de brug niet interessant.
De derde man, die zijn reis graag wilde voortzetten kan zijn geluk niet op.
De vierde man, die ook graag verder wil reizen, lijkt amper te reageren.

De bruggenbouwer vraagt zich af waarom niet alle vier mannen staan te springen voor de nieuwe brug. De eerste man vertelt dat hij zijn bestemming had bereikt. Een plek ver van de drukke wereld. Door de brug komt de drukte terug. De tweede man vertelt dat hij een boerderij wil beginnen. Hij heeft simpelweg nog niet nagedacht over de na- en voordelen van een brug. De bruggenbouwer informeert de man over de markt in de stad aan de andere kant van de brug. De man ziet kansen en wil de brug gaan gebruiken om zijn groenten naar de mensen te brengen.
De derde man is zo blij dat hij de bruggenbouwer aanbiedt te helpen met bouwen.
De vierde man vertelt dat hij nu samen met zijn zoon leeft. Hij komt van ver en is zijn vrouw en dochter verloren bij de oversteek over de vorige rivier. De brug stortte in. De bruggenbouwer vertelt de man over de kwaliteit van de brug maar de man durft niet.

Het doel van de bruggenbouwer was niet het activeren van de vier mannen om direct gebruik te maken van de brug. De bruggenbouwer wilde de mannen helpen op sociaal, maatschappelijk en economisch gebied. Hij heeft dit als bruggenbouwer vaker gedaan en vanuit zijn kennis en ervaring heeft hij een idee opgevat. Doordat de bruggenbouwer de mannen eerst informeert blijkt het idee niet geheel te passen. De mannen en de bruggenbouwer passen het idee samen aan, maken samen een plan en voeren dat plan samen uit. Door deze wijze van werken, wordt het doel daadwerkelijk behaald.

Een jaar later is er een prachtige en stevige brug maar de brug is gebouwd op tien kilometer afstand van het huis van de eerste man en de boerderij van de tweede. De derde man heeft meegebouwd aan de brug en reist verder met de bruggenbouwer om bruggen te bouwen. De vierde man heeft ondersteuning van de eerste twee mannen om over zijn angsten heen te komen.


De BGW als brug
De BGW is de brug over het water die ik kan bieden. Ik kan geen nieuwe huizen bouwen, geen zieke mensen beter maken en geen miljoen euro uit mijn mouw toveren.... ik kan de burgers wel ondersteuning aanbieden om de eigen wijk en de eigen leefsituatie te verbeteren door burgerinitiatieven en buurtbedrijven op te zetten die de problemen in de wijk aanpakken en als er behoefte aan is kan het resulteren in een wijkcoorperatie. Mijn doel is geenszins om de burgers te activeren om direct de brug/ de BGW te omarmen en er zonder morren gebruik van te maken. Mijn doel is om met, door en voor burgers vanuit de intrinsieke motivatie te werken aan een verbetering van de sociale, maatschappelijke en economische situatie van de wijk. Door de burgers over de BGW te informeren, komen we erachter of daar wel behoefte aan is en of de BGW als idee passend is of dat het met, door en voor de burgers aangepast moet worden.

Informeer alle partijen
Indien de burgers het proces van de BGW willen laten slagen dan hebben zij hierbij samenwerkingspartners nodig. Overheid, woningbouw, welzijn en bedrijven zijn allen nodig als gelijkwaardige samenwerkingspartners. Al deze partijen moeten dus ook worden geinformeerd. Voor elke partij is er unieke informatie. Elke partij kent namelijk zijn eigen belang en zoekt naar andere waarden. Daarnaast heeft elke partij interessante informatie voor de procesmanager. Informatie waardoor je het proces kan vormen naar de unieke context.


Maar wie geef je welke informatie?
Volgende blogs:
- Het informeren van de overheid en woningbouw
- Het informeren van de welzijnsprofessionals
- Het informeren van de burgers
- Het informeren van de bedrijven/ ondernemers

donderdag 21 februari 2013

De werking van het WEI-model

Eenvoud
Vandaag geen gelaagdheid, vandaag geen theorie, vandaag de praktijk van het WEI-model. De basis is simpel, voor iedereen te begrijpen en dat is wel zo prettig aangezien het proces in zijn geheel juist als uitermate complex wordt ervaren. Het WEI-model is de simpele basis op momenten dat we door de complexiteit het proces niet meer kunnen zien.

“Simple can be harder than complex: You have to work hard to get your thinking clean to make it simple. But it’s worth it in the end because once you get there, you can move mountains.”
Steve Jobs

De BURGER centraal
Binnen de Bewonersgestuurde Wijkontwikkeling (BGW) hebben we het over een veranderingsproces, een geheel van activiteiten, waarmee een verandering in de wijk in gang wordt gezet door, voor en met burgers.
- De burgers bepalen het beleid
- De burgers bepalen het uitvoeringsprogramma
- De burgers voeren het programma uit
Meer concreet wordt er binnen de BGW stap voor stap door, voor en met burgers toegewerkt naar een wijkcoörporatie. Een wijkcoörporatie die werkt aan een sterke wijkeconomie en tegelijkertijd de sociale cohesie versterkt en de leefbaarheid verbetert. Hierbij is de burger:
- De product
- De consument
- De distributeur
In het WEI-model wordt de burger centraal gesteld maar wordt het tegelijkertijd voor alle samenwerkingspartners – overheid (diverse diensten), woningbouw, welzijn en bedrijven - duidelijk wat er te winnen valt. Ik geloof Evelien Tonkens direct als ze zegt dat Nederland een altruïstisch overschot heeft en dat maakt mij als mens heel gelukkig. Ook deze blog schrijf ik vrijwillig om open source kennis en ervaring te delen. Maar ik ben ook niet vies van eigen belang. Want als je kunt benoemen wat je waard bent en je weet wie daar belang bij heeft, kan dat resulteren in een constructieve deal. Een deal die niet hoeft te betekenen dat je niet behulpzaam bent naar de ander.

Procesfasen van het WEI-model
Het WEI-model kent vier fasen. In Plan van Gool zitten we in de eerste fase, de informatiefase en begint het nieuws over de kansen die de BGW meebrengt langzaam de huiskamers binnen te komen. Er zijn sceptici onder de burgers die we spreken maar ook zijn er burgers die niet kunnen wachten en vol zitten met interessante plannen.

In de informatiefase worden burgers geïnformeerd over de kansen die de BGW in zich draagt. De kansen voor de wijk maar zeker ook de kansen voor de burger als individu en de community in zijn geheel. Want kansen te over. De kans om een probleem in de eigen wijk op te lossen, de kans om trainingen en coaching te krijgen, de kans om een eigen bedrijfje op te zetten, de kans om geld te verdienen, de kans om nieuwe vrienden te maken et cetera. Na de eerste fase moet er een groep burgers zijn die vanuit intrinsieke motivatie wil participeren in het proces.

De tweede fase is de ontstaansfase waarin door, voor en met burgers wordt gewerkt aan het ontwikkelen van burgerinitiatieven die problemen in de wijk kunnen aanpakken. Problemen zoals armoede, sociaal isolement maar ook het missen van een plek om samen te komen of de armoedige aanblik van de speeltuin. Er wordt gewerkt aan burgerinitiatieven die de potentie hebben om uit te groeien tot zelfstandige burgerinitiatieven of professionele buurtbedrijven die niet alleen nu maar ook in de toekomst aan zet blijven in hun wijk. Daarnaast wordt er in de tweede fase gewerkt aan community vorming zodat de burgerinitiatieven goed ingebed raken in de wijk. In de tweede fase spreken we van burgerparticipatie.

De derde fase is de ontwikkelfase waarbij de burgerinitiatieven als community werken aan zelforganisatie via de methode Action Learning. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat zelforganisatie een proces is waarbij in een chaotisch systeem structuren ontstaan door het toevoegen van een kracht. Met andere woorden gaan de burgers actief aan de slag met de eigen burgerinitiatieven waarbij er momenten van reflectie zijn georganiseerd en er kennis en vaardigheden worden toegevoegd door training en coaching. Praktisch gezien werken de burgers in deze fase het idee van burgerinitiatief uit tot een zelfstandig werkende organisatie. Dit kan een zelfstandig burgerinitiatief zijn maar ook een professioneel buurtbedrijf.

De vierde fase is de autonome fase waarin de burgerinitiatieven en buurtbedrijven samen werken binnen een wijkcoörporatie. In de ideale situatie, zonder ondersteuning.

De doelen van het WEI-model
Het WEI-model kent drie doelen:
1. Het geeft een overzicht van het proces zodat je als procesmanager het proces beter kan inrichten. Het geeft de procesmanager antwoorden op de vragen:’Hoe richt je de procesomgeving in, welke methoden gebruik je en wat is je exacte rol als procesmanager?’
2.Het maakt bewust van de verschillende organisatievormen binnen het proces en de specifieke kenmerken van de organisatievormen.
3.Het geeft inzicht in de samenwerkingsmogelijkheden tussen burgerorganisaties onderling. Maar zeker ook de samenwerking tussen burgerorganisaties en de overheid, de woningbouw, welzijn en bedrijven.

De totale Context
In de BGW en ook in het WEI-model staat de burger centraal maar het gehele proces is ingebed in de context van de wijk. Door het WEI-model wordt er inzichtelijk gemaakt welke partij wanneer op welke manier kan samenwerken met de burgerorganisaties met als doel dat er een win-win situatie ontstaat voor beide partijen doordat waarden en belangen samen komen. Het wordt dus duidelijk wat een ieder kan winnen!

Elke fase doorlopen
Nu is het tijd voor het inkleuren van het WEI-model. De komende blogs zal ik de fasen uitwerken. Ik zal mijn visie geven maar ook concrete handvatten bieden en de praktijk in Plan van Gool schetsen. Daarnaast zal ik elke samenwerkingspartner uitdagen om buiten de kaders te denken en de winst te zien van de BGW.

WEI-model in beeld

maandag 4 februari 2013

Het WEI-model

Het WEI-model
“Procesmanagement is het inrichten en beheersen van processen om doelstellingen te realiseren.”

Binnen de Bewonersgestuurde Wijkontwikkeling (BGW) hebben we het over een veranderingsproces, een geheel van activiteiten, waarmee een verandering in de wijk in gang wordt gezet. Als procesmanager BGW werk ik met het WEI-model, wat staat voor Wij(k) Economisch Instroom model. Binnen het WEI-Model werk ik in duidelijk te onderscheiden procesfasen waarin burgers stap voor stap toewerken naar een wijkcoörporatie. Een wijkcoörporatie die werkt aan een sterke wijkeconomie en tegelijkertijd de sociale cohesie versterkt en de leefbaarheid verbetert. Hierin werken de burgers samen met de overheid, de woningbouw, het bedrijfsleven en de welzijn professionals. (Het WEI-model is hier te downloaden.)

Werkt de BGW wel bottom up?
De BGW wordt gefinancierd door de overheid en ik als procesmanager werk met een procesmodel. Deze twee gegevens maken bij veel burgers de terechte vragen los:

Is het WEI-model niet een top down bedacht pad dat uitgezet wordt voor de burgers?
Is het proces van de BGW geen bezuinigingstruc van de overheid waarbij de overheid de ‘kracht van burgers’ wil gebruiken voor taken die bij de overheid moeten liggen?


Ere wie ere toekomt
Er is al een geruime tijd een beweging gaande. Een beweging die is begonnen bij burgers. Burgers die duurzame oplossingen zoeken voor problemen in het sociaal en economisch domein. Deze beweging kent vele vormen en namen. Noem de blauwe economie, de lokale ruileconomie en de wij-economie. Wat de verschillende vormen binnen de grotere beweging met elkaar verbindt is dat zij allen van onderop ontstaan. De beweging ontstaat omdat burgers zien dat er een verandering nodig is aangezien ons huidige systeem niet langer houdbaar is. Deze burgers gaan simpelweg actief aan de slag om deze verandering te bewerkstelligen. Zij gaan bottom up te werk vanuit de eigen kennis en ervaring, vanuit de eigen kracht. En deze burgers laten zich niet belemmeren door hiërarchische structuren, regelgeving, lange procedures en onpersoonlijke relaties. Met andere woorden de burgers die de beweging vormgeven laten zich niet tegenhouden door de bureaucratie. Hierdoor groeit de beweging razendsnel!

Veel van deze burgers hebben banen. Banen bij grote organisaties en bedrijven. En deze burgers integreren het gedachtegoed in hun werk. Zij doen dit omdat zij zien dat de beweging positieve outcome genereert voor de mens, voor de aarde maar ook voor de winst van de eigen organisatie.

Hoe snel de beweging onder de burgers gaat des te trager gaat het binnen de organisaties en de bedrijven. Deze worden jammer genoeg wel constant beïnvloed door de bureaucratie. Nu staan we gelukkig op het punt dat er op elk niveau bij de overheid, de woningbouw, de welzijnspartijen en ook het bedrijfsleven, burgers werkzaam zijn die de voordelen van de beweging zien. Zijn zijn zoekende hoe zij met de organisatie waarbinnen zij werkzaam zijn, een actief onderdeel kunnen worden van (het succes van) de beweging. Door te investeren in de BGW en een gelijkwaardige samenwerking te zoeken met actieve burgers binnen de wijkontwikkeling maken zij een belangrijke stap.

Dit zegt niet dat de overheid de BGW heeft bedacht en nu top down wil implementeren. Ja, zeker kan de BGW zorgen voor financiële bezuinigingen. Maar nee, de gedachte achter de BGW is niet ontstaan bij de overheid. De gedachte achter de BGW is ontstaan bij de burgers, de overheid heeft het opgepikt en zij hebben het beestje een naam gegeven. Nu is het aan alle partijen om samen te werken aan een win-win situatie. Dus bij deze: ere aan de burgers die door denken en handelen de beweging adem hebben in geblazen, ere wie ere toekomt.

WEI-model made by…
Laten we het procesmodel nader bezien. Er zijn velen wegen die naar Rome leiden. De weg die ik heb ontwikkeld, heet het WEI-model. De modellen en methoden die ik ontwikkel, ontstaan door observatie van mijn directe werkomgeving. De modellen en de methoden die hieruit voortkomen, neem ik samen met burgers onder de loep. We analyseren om vervolgens de modellen en methoden opnieuw in de praktijk te toetsten. Het WEI-model is hier een voorbeeld van en daardoor mede door, voor en met burgers ontwikkeld. Het WEI-model staat daarbij in dienst van de burgers die de eigen wijk in ontwikkeling willen brengen. Het WEI-model dient als een leidraad en ontwikkelt zich n.a.v. de context.

Het gevaar van de BGW en het WEI-model
Veel mensen zijn gewend top down te reguleren. Dit doen we al zo lang, dat we het doen zonder dat we het door hebben. Het gevaar van deze geconditioneerde handeling is dat we vergeten dat we bezig zijn met een natuurlijk proces. Een proces waarin burgers bottom up de richting bepalen. De eerste en meest essentiële stap in het WEI-model is daarom het informeren van een grote groep burgers over de kansen die BGW biedt. Zijn er geen burgers die vanuit intrinsieke motivatie het proces van de BGW in willen gaan dan stopt simpelweg de BGW.


Volgende blog? Hoe werkt het WEI-model en hoe creëer je een veilige leeromgeving voor alle partijen die samen het proces ingaan.

maandag 21 januari 2013

Samen werken. Willen en kunnen we dat?
“Werken aan bewonersgestuurde wijkontwikkeling is een proces. Dit proces speelt zich af bij burgers, binnen burgerorganisaties maar tegelijkertijd ook bij de overheid, de woningbouw en bij de welzijnsprofessionals.”

Wat is de rol van deze partijen? Hoe zorg je ervoor dat alle partijen samen het proces in stappen als gelijkwaardige samenwerkingspartners? Hoe richt je de procesomgeving in?

Merel Werner, strategisch beleidsadviseur, van Stadsdeel Noord is de persoon die er voor heeft gezorgd dat de BGW in Plan van Gool daadwerkelijk van start is gegaan. Zij heeft daarbij ook de procesomgeving ingericht. (De indeling van de procesomgeving in Plan van Gool is hier te downloaden.)

Er is hierbij rekening gehouden met het volgende:
- Bewoners bepalen het beleid en het uitvoeringsprogramma
- Bewoners voeren het programma zelf uit
- Overheid en woningbouw zijn samenwerkingspartners maar ook de financier
- De welzijn professional is de procesondersteuner

Simple as that! Of toch niet?

Wat is er zo moeilijk aan samenwerken?
Uit het onderzoek in Bos en Lommer blijkt dat de professionals niet in staat zijn om een deel van de wijkontwikkeling echt aan bewoners over te geven. Los te laten, macht over te dragen en kritisch te kijken naar de eigen organisatie.

Als we kijken naar de organisatie structuur van de overheid, de woningbouw en de bewoners (organisaties) zien we direct een pijnpunt. De overheid en de woningbouw is verticaal ingericht en worden top-down bestuurt. Het werk is daarnaast ingedeeld in afdelingen en dus gesegmenteerd. Bewoners werken in veel gevallen horizontaal, in netwerkverband en zien het werk vaak als één samenhangend geheel. De verschillende wijze waarop de partijen zijn georganiseerd zorgen ervoor dat de samenwerking vaak moeilijk vorm krijgt.

Er wordt daarnaast al een hele tijd geïnvesteerd in een zo constructief mogelijke manier van werken die kwantitatief en kwalitatief te verantwoorden is. We dachten het gevonden te hebben in segmentatie, regels, protocollen, hiërarchische organisatiestructuren etc. We zijn gewend geraakt aan deze wijze van werken en het geeft aan velen een gevoel van controle, veiligheid en comfort. De BGW betekent dat we die comfortzone gaan verlaten. Ik vind het dan ook niet vreemd dat niet iedereen dit wil!

Hetzelfde voor 'macht'. BGW vraagt aan diegene die macht hebben of ze deze macht willen afstaan aan wijkbewoners. Want als de wijk door de bewoners zelf wordt ontwikkeld dan is de gemeenschap weer in control. Macht afstaan is moeilijk en zoals de filosoof Alain zei:

'Macht zonder controle maakt altijd gek.'

Nee, dit is geen oproep om hetgeen we hebben ontwikkeld simpelweg over boord te gooien. Want ook de BGW gaat gepaard met subsidie en dat is geld van de burgers. Het uitgeven van die subsidie moet je transparant kunnen maken en goed kunnen verantwoorden. Het is zoeken naar een nieuwe samenwerkingsvorm tussen alle partijen waarbij controleren en loslaten samen komen.

Nou Merel hier digitaal mijn complimenten omdat jij dit al van meet af aan wist en de procesomgeving verstandig hebt ingericht. Een procesomgeving waar we op elk niveau en met alle partijen kunnen werken aan die balans en aan de nieuwe samenwerkingsvorm.

maandag 7 januari 2013

Geschiedenis van de bewonersgestuurde wijkontwikkeling

De zin en onzin van de geschiedenis van de bewonersgestuurde wijkontwikkeling
Ik moet in deze blog reduceren en zelfs minimaliseren. Het schrijven van één blog waarin de gehele geschiedenis van de bewonersgestuurde wijkontwikkeling (BGW) wordt beschreven is niet haalbaar. Bewonersgestuurde wijkontwikkeling impliceert het in ontwikkeling brengen van een wijk door, voor en met de bewoners van de wijk. De methode BGW is niet van gisteren en komt zeker niet alleen voort uit de hoofden van Nederlandse pioniers. Al een geruime tijd en in vele landen over de gehele wereld zijn pioniers aan de slag om burgers bewust te maken van de eigen kracht en de kracht van de gemeenschap. Kracht waardoor de gemeenschap samen de ontwikkeling van hun eigen leefomgeving kunnen bepalen.
Historisch besef is echter wel van belang. Het bevat meer dan kennis alleen. Door het verleden te kennen, begrijpen we het heden beter en het geeft ons een basis waar vanuit we een visie kunnen vormen op de toekomst. Het geeft ons de kans om een ontwikkeling te plaatsen in de politieke, economische, culturele, sociale en maatschappelijke context.

Hoe het komt dat er drie pilotes BGW in Amsterdam zijn gestart?
Dit stukje geschiedenis begint in Zuid Afrika, het Seriti Instituut for Community Development. Daar werkt de pionier Gavin Andersson. Hij ontwikkelde de Kwanda Methode, een methode die bewoners centraal stelt bij de sociaal economische ontwikkeling van hun wijk. En we kunnen hier spreken van een enorm groot succes!



In Amsterdam werd door de wijkaanpak in dezelfde tijd ingezet op het activeren van bewoners om eigen initiatieven voor hun wijk te ontwikkelen. Wederom een succes verhaal zo bleek uit onderzoek van Evelien Tonkens! Gemeente Amsterdam wilde dit succes verankeren en uitbreiden. De Kwanda methode werd in 2010 naar Nederland gehaald door Amsterdams Steunpunt Wonen (ASW), Dienst Wonen Zorg en Samenleving (DWZS) van de gemeente Amsterdam en OxfamNovib. Maar wat in Zuid Afrika werkt kunnen we niet simpelweg ’copy-pasten’ naar Amsterdam. Dus gingen ASW, DWZS, Diversity Joy en de Janus-coalitie (De Volksbond, De Regenbooggroep en de Omslag) aan de slag om de Kwanda methode te vertalen naar de Amsterdamse werkelijkheid.

De eerste pilot in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer
Zij gingen vervolgens van start in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer. Het gewenste doel ‘dat bewoners eigenaar worden van hun eigen wijk en het ontwikkelingsproces’ werd echter niet bereikt. Toch is de inzet zeker niet voor niets geweest. Door de masterthesis van Peter Both (Sociologie, Vrije Universiteit Amsterdam) weten we nu waarom het proces niet op gang kwam zoals gewenst. Met deze kennis en ervaring in onze rugzak gaan we nu weer verder want het geloof in de methode is onverminderd. In 2013 wordt er in de wijk Bos en Lommer een doorstart gemaakt en wordt er gestart in de wijk Plan van Gool. Verder wordt er onderzocht waar de derde pilot uitgevoerd gaat worden.

Hoe BGW op mijn pad kwam?
In augustus trof ik Merel Werner, strategisch beleidsadviseur van Stadsdeel Noord. Elkaar inspireren, dat was ons doel. Zo kwamen we ook op Plan van Gool. Een deel van de Buikslotermeerpleinbuurt in Amsterdam Noord. Uit onderzoek blijkt dat de situatie in het Plan van Gool minder gunstig is dan het Noordse gemiddelde. Op veel terreinen scoort de subbuurt rond of onder het gemiddelde in de aandachtswijken. De bewonersgestuurde wijkontwikkeling kan de kans zijn die deze wijk nodig heeft.

Bewonergestuurd werken is voor mij geen vreemd gegeven. Het zit in mijn DNA.
Recent ontwikkelde ik de methode ‘de tien stappen naar Community Vorming en Community Beheer’. Een methode waarmee ik, ambtenaren, ondernemers, professionals en actieve bewoners de tools aanreik om communities te vormen rondom beheer vraagstukken. De ontwikkeling van de methode deed ik door, voor en met de leden van de Karrewiel Community. De praktijk bracht de methode en de methode droeg de praktijk. De Karrewiel Community was een succes en groeide verder richting de Meevaart Community. Bij de Meevaart Community trainde ik de bewonerscoaches in de methode en coachte ik de bewonerscoaches bij de ondersteuning van het community proces.
In dezelfde tijd heb ik samen met MOVISIE (Rien van de Veer) drie pilots uitgevoerd met de naam ’Succes Verankeren door Ondernemend Werken’. 24 burgerinitiatieven waren deelnemer en ontwikkelaar tegelijkertijd. Door, voor en met de burgerinitiatieven ontwikkelde we een succesvol programma dat burgerinitiatieven de tools geeft om financieel onafhankelijk te worden. Vier 'Train de Trainers' volgde en het programma wordt nu landelijk uitgezet met ondersteuning van het Oranje Fonds. Als laatste ben ik met, door en voor bewoners uit de Indische Buurt in Amsterdam Oost bezig met het ontwikkelen en uitvoeren van het programma ‘Duurzame Bewonersondersteuning’ waarbij bewoners, bewoners ondersteunen.
Ik heb mijn visie zowel in theorie als in praktijk ontwikkelt en deze visie zal nu weer verder ontwikkelen door onder andere mijn rol in Plan van Gool.

Vertrouwen
Toen kwam de vraag of ik de procesmanager wilde worden voor de BGW in Plan van Gool?’ Mijn antwoord is natuurlijk 'Ja'. Ik geloof in de kracht van bewoners en geloof dat je ze daadwerkelijk moet betrekken bij het gehele proces, dat we wijkontwikkeling noemen. Van denken tot doen. Dat het pittig wordt, dat staat vast maar we gaan stap voor stap en ik heb jullie, lezers, medepioniers, collegae en vrienden als kennis en ervaringsdeskundige om me gevraagd en ongevraagd op advies te trakteren. So be my guest!

But what about the history?
Wat is de rol van de financiële crises in BGW? Hoe gaat de BGW samen met de ontwikkeling van Welzijn Nieuwe Stijl? Wie zijn de pioniers en welke methoden zijn er waar ontwikkeld op het gebied van BGW?

Alle vragen houd ik in gedachten, ik blijf me inlezen, ik laat me informeren en koppel mijn antwoorden terug in mijn blog. Op deze manier geef ik de geschiedenis de plek die het verdient, geen statisch gegeven dat in één blog wordt neergeschreven, maar een non-stop aanwezige factor die elke stap in het proces beïnvloed.